Art. 31 Verordening (EEG) nr. 3665/87

Verordening (EEG) nr. 3665/87

1. Vóór de aanvaarding van de betalingsaangifte moet een zekerheid worden gesteld die gelijk is aan het overeenkomstig artikel 29, lid 3, berekende bedrag vermeerderd met eventuele positieve monetaire compenserende bedragen en met 20 % van de aldus verkregen som. De verhoging mag niet minder bedragen dan 3 Ecu per 100 kg nettogewicht.

2. De Lid-Staten waar negatieve monetaire compenserende bedragen van toepassing zijn, mogen de in lid 1 bedoelde zekerheid berekenen op basis van de overeenkomstig artikel 29, lid 3, berekende en met eventuele negatieve monetaire compenserende bedragen verminderde restitutie op voorwaarde dat de inning van de verschuldigde monetaire compenserende bedragen door een nationale administratieve regeling wordt verzekerd ingeval de betrokkene geen recht op een restitutie heeft of slechts recht heeft op een restitutie die lager is dan de monetaire compenserende bedragen.

3. De Lid-Staten kunnen toestaan dat de in lid 1 bedoelde zekerheid wordt gesteld na de aanvaarding van de betalingsaangifte op voorwaarde dat nationale voorschriften:

-de exporteur verplichten de zekerheid te stellen binnen maximaal 30 dagen na deze aanvaarding en voordat de vooruitbetaling wordt gedaan,

-garanderen dat een bedrag overeenkomend met de in lid 1 bedoelde verhoging wordt betaald indien de zekerheid, behoudens overmacht, niet tijdig wordt gesteld; voor de declarant die al het mogelijke heeft gedaan, kan evenwel een aanvullende termijn worden toegestaan.