Art. 29 Verordening (EEG) nr. 3665/87
1. Het vooruit te betalen bedrag wordt betaald door de Lid-Staat waarin de betalingsaangifte is aanvaard.
2. Het bedrag wordt slechts betaald op schriftelijk verzoek van de exporteur. De Lid-Staten mogen voorschrijven dat voor dat verzoek een bijzonder formulier moet worden gebruikt.
3. Het bedrag wordt berekend op grond van de restitutievoet voor het aangegeven gebruik of de aangegeven bestemming. Wanneer geen gebruik of geen bestemming is aangegeven, wordt de laagste restitutievoet toegepast.
De eventueel met een compenserend bedrag toetreding verlaagde of verhoogde restitutievoet moet worden vermenigvuldigd met de coëfficiënt die is vastgesteld overeenkomstig artikel 6, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 3153/85 van de Commissie(1).
4. Het overeenkomstig lid 3 vastgestelde bedrag moet, naar gelang van het geval, worden verlaagd of verhoogd met eventuele monetaire compenserende bedragen die in de Lid-Staat waar de betalingsaangifte wordt aanvaard, van toepassing zijn.
Wanneer artikel 25, lid 3, van toepassing is, wordt de verlaging of verhoging berekend met gebruikmaking van:
-het hoogste betrokken monetaire compenserende bedrag wanneer het een verlaging betreft, en -het laagste betrokken monetaire compenserende bedrag wanneer het een verhoging betreft.
Deze voorlopige bedragen zullen worden aangepast wanneer de definitieve bedragen berekend zijn.