Art. 27 Verordening (EEG) nr. 3665/87
1. Voor verwerkte produkten of goederen verkregen uit basisprodukten worden de restitutie en het monetaire compenserende bedrag bepaald op grond van de verificatie van de betalingsaangifte en van het eventuele onderzoek naar de basisprodukten.
2. Lid 1 vormt geen beletsel voor een door de bevoegde autoriteiten van de betrokken Lid-Staat op een later tijdstip uit te voeren controle, noch voor de gevolgen die bij toepassing van de geldende bepalingen daaruit kunnen voortvloeien.
3. De basisprodukten moeten geheel of gedeeltelijk deel uitmaken van de uitgevoerde verwerkte produkten of goederen. Wanneer de bevoegde autoriteiten dit toestaan, kunnen de basisprodukten evenwel worden vervangen door equivalente produkten van dezelfde onderverdeling van de gecombineerde nomenclatuur, van dezelfde handelskwaliteit, die dezelfde technische kenmerken hebben en die aan de voorwaarden voor de toekenning van de uitvoerrestitutie beantwoorden.
4. Het equivalentiestelsel is niet van toepassing op produkten uit interventievoorraden en bestemd voor uitvoer onder het in artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 1687/76 genoemde controlestelsel.
5. De termijn waarbinnen de basisprodukten met het oog op verwerking ervan onder douanecontrole kunnen blijven, is vanaf de datum waarop de betalingsaangifte wordt aanvaard, zes maanden.
Wanneer bij de uitvoer een uitvoercertificaat moet worden overgelegd of wanneer een voorfixatiecertificaat wordt overgelegd, is de termijn evenwel gelijk aan de overblijvende geldigheidsduur van het certificaat.
In de gevallen waarin de uitvoer op overlegging van een certificaat geschiedt waarvan de overblijvende geldigheidsduur:
-korter dan drie maanden is, wordt de termijn tot drie maanden verlengd;
-langer dan één jaar is, wordt de termijn tot één jaar beperkt.