Art. 23 Verordening (EEG) nr. 4056/86, Horen van belanghebbenden en derden

Verordening (EEG) nr. 4056/86

1. Alvorens beschikkingen te geven op grond van artikel 11, artikel 12, lid 3, tweede alinea, en lid 4, artikel 13, lid 3, en de artikelen 19 en 20, stelt de Commissie de betrokken ondernemingen en ondernemersverenigingen in de gelegenheid hun standpunt kenbaar te maken ter zake van de punten van bezwaar welke de Commissie in aanmerking heeft genomen.

2. Voor zover de Commissie of de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten dit noodzakelijk achten, kunnen zij ook andere natuurlijke of rechtspersonen horen. Indien natuurlijke of rechtspersonen verzoeken gehoord te worden en blijk geven hierbij in voldoende mate belang te hebben, moet aan dit verzoek gevolg worden gegeven.

3. Wanneer de Commissie voornemens is een beschikking te geven tot toepassing van artikel 85, lid 3, van het Verdrag, maakt zij het essentiële gedeelte van de overeenkomst, het besluit of de onderling afgestemde feitelijke gedraging in kwestie bekend; hierbij worden alle belanghebbende derden uitgenodigd opmerkingen kenbaar te maken binnen de door de Commissie vastgestelde termijn van ten minste één maand. Bij de bekendmaking wordt rekening gehouden met het rechtmatige belang van de ondernemingen dat hun zakengeheimen niet aan de openbaarheid worden prijsgegeven.

Vorige artikelen

Volgende artikelen