Art. 12 Verordening (EEG) nr. 3821/85

Verordening (EEG) nr. 3821/85

1. Het installeren en herstellen der controleapparaten is slechts toegestaan aan installateurs of werkplaatsen die tot dit doel door de bevoegde instanties der Lid-Staten zijn erkend, nadat deze instanties, indien zij zulks wensen, het advies van de betrokken fabrikanten hebben ingewonnen.

2. De erkende installateur of werkplaats brengt een bijzonder merk aan op de door hem aangebrachte verzegelingen. De bevoegde instanties van elke Lid-Staat houden een register der gebruikte merken bij.

3. De bevoegde instanties van de Lid-Staten zenden elkaar de lijst van erkende installateurs of werkplaatsen toe, alsmede kopieën van de gebruikte merken.

4. Het installatieplaatje, aangebracht overeenkomstig bijlage I, levert het bewijs dat het controleapparaat is geïnstalleerd in overeenstemming met de voorschriften van deze verordening.