Art. 9 Verordening (EEG) nr. 3821/85
1. De aanvrager van een EEG-goedkeuring voor een model van een registratieblad moet op zijn aanvrage het (de) model(len) van de controleapparaten aangeven waarop dit registratieblad zal worden gebruikt, en moet voor het beproeven van het blad een adequaat apparaat van het (de) passende type(n) beschikbaar stellen.
2. De bevoegde instanties van elke Lid-Staat geven op het goedkeuringscertificaat van het model van een registratieblad het (de) model(len) aan van de controleapparaten waarop het model van een registratieblad kan worden gebruikt.