Art. 12 Verordening (EEG) nr. 2677/85

Verordening (EEG) nr. 2677/85

1. Met het oog op de in artikel 7 van Verordening (EEG) nr. 3089/78 bedoelde controle gaan de Lid-Staten over tot systematische verificatie van de voorraadboekhouding van de erkende verpakkingsbedrijven.

Bij erkende bedrijven die zowel olijfolie als zaadolie verpakken kan de in dit artikel bedoelde controle worden uitgebreid tot de voorraadboekhouding en de financiële boekhouding met betrekking tot de verpakking van andere olie dan olijfolie.

In geval van twijfel omtrent de juistheid van de in de steunaanvraag vermelde gegevens kan de financiële boekhouding van de aanvrager worden gecontroleerd en kunnen eventueel aanvullende controles worden verricht bij de bedrijven die de olie aan het verpakkingsbedrijf hebben geleverd en bij de handelaren die de verpakte olie hebben afgenomen.

2. Binnen het kader van onderzoeken verricht met het oog op het ontdekken van bedrog moet elke andere handelaar die olijfolie koopt of verkoopt in onmiddellijke verpakkingen met een netto-inhoud van ten hoogste 5 liter, met uitzondering van kleinhandelaren en consumenten, de eventuele controles van de Lid-Staten toestaan.

3. Herverpakking van olijfolie in onmiddellijke verpakking met een netto-inhoud van ten hoogste 5 liter is zonder voorafgaande toestemming verboden.

De Lid-Staat kan voor het verlenen van zijn toestemming eisen dat een waarborg die gelijk is aan het bedrag van de consumptiesteun wordt gesteld voor de hoeveelheid die moet worden herverpakt. Deze waarborg wordt vrijgegeven wanneer de handelaar ten genoegen van de betrokken Lid-Staat het bewijs heeft geleverd dat de herverpakte olie in het vrije verkeer is gebracht zonder dat steun is ontvangen of zonder dat het in artikel 18, lid 3, bedoelde certificaat is verkregen.

4. In geval van herverpakking zonder toestemming moet de handelaar de Lid-Staat waar de handeling heeft plaatsgevonden een bedrag betalen dat gelijk is aan de consumptiesteun voor de herverpakte hoeveelheden.

Handelaren die niet in staat zijn ten genoegen van de betrokken Lid-Staat de bestemming van de olijfolie aangekocht in onmiddellijke verpakkingen van ten hoogste 5 liter aan te tonen, betalen aan de betrokken Lid-Staat een bedrag dat gelijk is aan de consumptiesteun voor de betrokken hoeveelheid.

Het bedrag dat door de Lid-Staat wordt geïnd wordt door de betaaldiensten van de Lid-Staten in mindering gebracht van de uitgaven van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL).

5. Indien de erkenning van een verpakkingsbedrijf op grond van het bepaalde in artikel 3, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 3089/78 tijdelijk wordt ingetrokken, kan door elke andere natuurlijke of rechtspersoon die olijfolie verpakt in het bedrijf waarvoor de bovenbedoelde maatregel geldt, slechts een nieuwe erkenning worden aangevraagd gedurende het gehele betrokken tijdvak indien de belanghebbende ten genoegen van de betrokken Lid-Staat aantoont dat deze aanvraag om een nieuwe erkenning niet bestemd is om aan de in het bovengenoemde artikel bedoelde sanctie te ontkomen.

6. Onverminderd het bepaalde in artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 3089/78 wordt, wanneer uit de op grond van artikel 7 van die verordening uitgevoerde controles blijkt dat er onregelmatigheden in de voorraadboekhouding voorkomen die tot een ingrijpende wijziging leiden van de voor de steun in aanmerking komende hoeveelheden olijfolie, de erkenning door de betrokken Lid-Staat onverwijld geschorst.

Vorige artikelen

Volgende artikelen