Art. 17 Verordening (EEG) nr. 2677/85

Verordening (EEG) nr. 2677/85

1. Olijfolie van post 15.07 A van het gemeenschappelijk douanetarief mag niet in de Gemeenschap in het vrije verkeer worden gebracht tenzij het bewijs wordt geleverd dat de in artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 3089/78 bedoelde waarborg is gesteld. Indien de olie die in het vrije verkeer zal worden gebracht bovendien verpakt is in verpakkingen met een netto-inhoud van ten hoogste 5 liter, moeten op de verpakking onuitwisbaar die aanduidingen worden aangebracht die het mogelijk maken vast te stellen dat de betrokken olie in een derde land werd verpakt.

Het in het vrije verkeer brengen van hoeveelheden olijfolie van minder dan 40 kg wordt evenwel door de Lid-Staten vrijgesteld van het stellen van de bovenbedoelde waarborg.

De Lid-Staten doen de Commissie om de zes maanden mededeling van de vrijgestelde hoeveelheden. De Lid-Staten brengen de Commissie er evenwel onverwijld van op de hoogte wanneer de ontwikkeling van de betrokken hoeveelheden abnormaal is.

2. De waarborg is gelijk aan het bedrag van de consumptiesteun die aan de rechthebbende wordt uitgekeerd. De waarborg wordt gesteld voor 100 % van de in te voeren hoeveelheid olijfolie.

Maar:

a) voor olijfolie van post 15.07 A I b) van het gemeenschappelijk douanetarief, van oorsprong uit de onderstaande landen en rechtstreeks uit die landen in de Gemeenschap ingevoerd, wordt de waarborg voor onderstaande percentages van de totale in te voeren hoeveelheid gesteld:

- voor Turkije en Tunesië op 88 %,

- voor Marokko op 91 %,

- voor de overige landen op 97 %;

b) voor olijfolie van post 15.07 A I c) van het gemeenschappelijk douanetarief moet de waarborg worden gesteld voor 78 % van de in te voeren hoeveelheid.

3. De waarborg wordt, naar keuze van de aanvrager, gesteld in gereed geld of in de vorm van een garantie van een instelling die voldoet aan de criteria welke zijn vastgesteld door de Lid-Staat waar de waarborg wordt gesteld.

4. In afwijking van Verordening (EEG) nr. 2220/85 van de Commissie (1) wordt de waarborg vrijgegeven wanneer, behoudens overmacht, binnen zes maanden na de datum waarop de waarborg is gesteld het origineel van het in artikel 18, lid 3, bedoelde certificaat wordt overgelegd. Deze waarborg wordt vrijgegeven voor de hoeveelheid in het vrije verkeer gebrachte olie of, naar gelang van het geval, voor een gelijkwaardige hoeveelheid olijfolie, ten aanzien waarvan uit het certificaat blijkt dat zij in een zodanige toestand is gebracht dat zij niet voor toekenning van consumptiesteun in aanmerking kan komen.

De termijn voor het verbeurd verklaren van de waarborg kan door de betrokken Lid-Staat tot twaalf maanden worden verlengd indien de in het vrije verkeer gebrachte olie, die is verpakt in onmiddellijke verpakkingen met een netto-inhoud van ten hoogste 5 liter, in een zodanige toestand is gebracht dat zij overeenkomstig het bepaalde in artikel 18, lid 1, sub d), niet voor toekenning van de steun in aanmerking kan komen.

Ingeval de bovenbedoelde termijnen niet in acht worden genomen, wordt de waarborg verbeurd. Indien evenwel het in artikel 18, lid 3, bedoelde certificaat wordt overgelegd uiterlijk binnen zes maanden na de datum waarop de in de eerste alinea bedoelde termijn afloopt, wordt de waarborg terugbetaald.

Indien het certificaat wordt overgelegd in de periode van de dertiende tot en met de eenentwintigste maand volgende op de datum waarop de waarborg is gesteld wordt de waarborg terugbetaald na aftrek van een bedrag gelijk aan 10 % van de gestelde waarborg voor elke maand of gedeelte van een maand waarmede de termijn is overschreden.

Indien in het vrije verkeer gebrachte olijfolie van post 15.07 A I a) van het gemeenschappelijk douanetarief, in onmiddellijke verpakkingen met een netto-inhoud van meer dan 5 liter, in een zodanige toestand is gebracht dat deze overeenkomstig het bepaalde in artikel 18, lid 1, sub a), niet voor toekenning van de steun in aanmerking kan komen, wordt de gestelde waarborg volledig vrijgegeven zodra de belanghebbende de in artikel 18, lid 3, bedoelde certificaten overlegt voor een hoeveelheid die ten minste overeenkomt met 99 % van de hoeveelheid waarvoor de waarborg is gesteld.

Indien de uitvoer van in artikel 18, lid 1, sub b), bedoelde olijfolie betrekking heeft op olijfolie van post 15.07 A I b) of post 15.07 A I c) van het gemeenschappelijk douanetarief, kan in het kader van deze uitvoertransactie de waarborg slechts worden vrijgegeven in de gevallen waarin het gehalte aan vrije vetzuren, uitgedrukt in oliezuur van de uitgevoerde olie, niet hoger is dan 30 gram per 100 gram. In dat geval is de vrij te geven waarborg gelijk aan 88 %, respectievelijk 40 % van de in het in artikel 18, lid 3, bedoelde certificaat aangegeven hoeveelheid.

Wanneer de in dit artikel vastgestelde voorwaarden slechts voor een deel van de betrokken olie zijn vervuld, wordt de waarborg naar evenredigheid van die hoeveelheid vrijgegeven.

Vorige artikelen

Volgende artikelen