Art. 9 Verordening (EEG) nr. 2677/85

Verordening (EEG) nr. 2677/85

1. Elke steunaanvraag moet betrekking hebben op de totale hoeveelheid olijfolie die het bedrijf in een bepaalde maand heeft verlaten.

Iedere aanvraag moet uiterlijk aan het einde van de tweede maand na die waarop zij betrekking heeft, worden ingediend. Zij moet ten minste betrekking hebben op 15 ton. Indien deze hoeveelheid tijdens een bepaalde maand niet wordt bereikt moet de aanvraag uiterlijk aan het einde van de tweede maand na die waarin de minimale hoeveelheid wordt bereikt worden ingediend.

Voor alle hoeveelheden die het bedrijf echter tegen het einde van een verkoopseizoen hebben verlaten en waarvoor nog geen steunaanvraag kon worden ingediend overeenkomstig de voorafgaande alinea's, moet uiterlijk binnen twee maanden na het einde van dat verkoopseizoen een aanvraag worden ingediend.

Laattijdige aanvragen zijn niet ontvankelijk.

Evenwel worden aanvragen die worden ingediend na het verstrijken van de hierboven vastgestelde termijn, doch uiterlijk binnen een periode van twee maanden na de expiratiedatum, eveneens aanvaard en wordt de uit te keren steun verminderd met 10 % voor elke maand of gedeelte van een maand waarmede de termijn is overschreden.

2. In de steunaanvraag worden ten minste de volgende gegevens vermeld:

- naam en adres van het bedrijf dat de steun aanvraagt,

- identificatienummer van het bedrijf,

- hoeveelheid olijfolie waarvoor de steun wordt aangevraagd, onderverdeeld per maand van vertrek en volgens de in de punten 1, 3 en 6 van de bijlage van Verordening nr. 136/66/EEG omschreven kwaliteiten.

3. De Lid-Staat keert de steun uit binnen 150 dagen volgende op de dag van indiening van de aanvraag.

Deze termijn kan evenwel worden verlengd wanneer de uitgevoerde controles een aanvullend onderzoek vragen, op voorwaarde dat de geldigheidsduur van de in artikel 11, lid 1, bedoelde waarborg voor dezelfde periode wordt verlengd.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen