Art. 9 Verordening (EEG) nr. 1999/85
Wanneer de douaneautoriteit van mening is dat raadpleging op communautair niveau wenselijk is om zich ervan te vergewissen dat is voldaan aan de economische voorwaarden voor de afgifte van een vergunning, legt de Lid-Staat waaronder zij ressorteert het geval voor aan de Commissie die de andere Lid-Staten ervan in kennis stelt. De termijn waarbinnen een dergelijk geval aan de Commissie moet worden voorgelegd, wordt vastgesteld overeenkomstig de procedure van artikel 31, leden 2 en 3.
In dat geval kan artikel 8 mutata mutandis worden toegepast.