Art. 8 Verordening (EEG) nr. 1999/85
Wanneer de douaneautoriteit van mening is dat in andere gevallen dan die bedoeld in de artikelen 6 en 7 aan de economische voorwaarden wordt voldaan, wordt de vergunning verleend voor een beperkte periode; deze periode mag niet meer dan negen maanden bedragen.
De elementen van de vergunningsaanvraag die betrekking hebben op de economische voorwaarden worden medegedeeld aan de Commissie, die de andere Lid-Staten ervan in kennis stelt. De termijn waarbinnen een en ander aan de Commissie moet worden meegedeeld, wordt vastgesteld overeenkomstig de procedure van artikel 31, leden 2 en 3.
Wanneer ter zake niet tijdig bepalingen overeenkomstig de procedure van artikel 31, leden 2 en 3, worden vastgesteld, kan de douaneautoriteit op verzoek van de houder van de vergunning de geldigheidsduur van de vergunning verlengen.