Art. 11 Richtlijn 85/511/EEG

Richtlijn 85/511/EEG

1. De Lid-Staten zien erop toe dat:

- de laboratoriumonderzoeken om de aanwezigheid van mond- en klauwzeer op te sporen, worden verricht door een in de bijlage genoemd nationaal laboratorium; deze bijlage kan worden gewijzigd of aangevuld volgens de procedure van artikel 17. Uit dit laboratoriumonderzoek moet, zo nodig, en met name bij het eerste optreden van de ziekte, de soort en ondersoort en eventueel de variant van het betrokken virus blijken. De soort of de ondersoort en eventueel de variant van het betrokken virus kunnen zo nodig door een door de Gemeenschap aangewezen controlelaboratorium worden bevestigd,

- het op elkaar afstemmen van de in iedere Lid-Staat toegepaste diagnosenormen en -technieken geschiedt door een van de in de bijlage bedoelde nationale laboratoria,

- een door de Gemeenschap aangewezen controlelaboratorium zorgt voor de contacten tussen de in het eerste streepje bedoelde nationale laboratoria.

2. Vóór 1 januari 1987 wijst de Raad, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen het in lid 1, derde streepje, bedoelde controlelaboratorium aan en beslist hij over de bevoegdheden ervan en over de uitvoeringsbepalingen van lid 1, tweede streepje. Artikel 12

De Lid-Staten zien erop toe dat:

- voor de ziekte vatbare dieren die buiten het bedrijf waarop zij zich bevinden worden gebracht, worden geïdentificeerd zodat snel het bedrijf van oorsprong of herkomst van de dieren kan worden vastgesteld, alsmede de plaatsen waar zij zich intussen hebben bevonden. Voor bepaalde categorieën dieren kan de bevoegde autoriteit, onverminderd artikel 13 van Richtlijn 80/217/EEG van de Raad van 22 januari 1980 tot vaststelling van gemeenschappelijke maatregelen ter bestrijding van klassieke varkenspest (1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 84/645/EEG (2), onder bepaalde voorwaarden in verband met de gezondheidssituatie evenwel toestaan dat andere middelen worden aangewend om snel het bedrijf van oorsprong of herkomst vast te stellen alsmede de plaatsen waar de dieren zich intussen hebben bevonden. De wijze waarop de dieren worden geïdentificeerd of het bedrijf van oorsprong of van herkomst wordt vastgesteld, wordt door de bevoegde autoriteit vastgesteld,

- de eigenaar of houder van dieren verplicht is de bevoegde autoriteit op verzoek de gegevens te verstrekken betreffende de dieren die zijn verblijf binnenkomen of verlaten,

- iedere persoon die voor de ziekte vatbare dieren vervoert of verhandelt, de bevoegde autoriteit gegevens over de verplaatsingen van de door hem vervoerde of verhandelde dieren kan verstrekken en bijzonderheden ter zake kan verschaffen.

Uitspraken die dit artikel aanhalen