Art. 21 Richtlijn 85/384/EEG

Richtlijn 85/384/EEG

Indien een ontvangende Lid-Staat verlangt dat zijn onderdanen voor de toegang tot of de uitoefening van een der in artikel 1 bedoelde werkzaamheden een eed of een plechtige verklaring afleggen en de formule van deze eed of plechtige verklaring niet door de onderdanen van de overige Lid-Staten kan worden gebruikt, ziet deze Lid-Staat erop toe, dat aan de begunstigden een passende en gelijkwaardige formule wordt voorgelegd. B. Bepalingen die specifiek zijn voor het verrichten van diensten

Vorige artikelen

Volgende artikelen