Art. 24 Richtlijn 85/384/EEG

Richtlijn 85/384/EEG

1. Indien de ontvangende Lid-Staat van zijn onderdanen voor de toegang tot of de uitoefening van een der in artikel 1 bedoelde werkzaamheden het bewijs eist dat er voorheen geen faillissement heeft plaatsgehad en een dergelijk bewijs niet is begrepen in de overeenkomstig de artikelen 17 en 18 verstrekte inlichtingen, aanvaardt deze Staat van de begunstigden een verklaring onder ede - of, in de Staten waar niet in een eed is voorzien, een plechtige verklaring - welke door de betrokkene wordt afgelegd ten overstaan van een bevoegde rechterlijke of overheidsinstantie, een notaris of een bevoegde beroepsorganisatie van de Lid-Staat van oorsprong of van herkomst, welke een attest afgeeft dat deze eed of plechtige verklaring bewijskracht heeft. Indien in de ontvangende Lid-Staat de financiële draagkracht moet worden bewezen, aanvaardt deze Lid-Staat de door de banken van de andere Lid-Staten afgegeven attesten als gelijkwaardig aan de op zijn eigen grondgebied afgegeven attesten.

2. De in lid 1 bedoelde documenten mogen bij overlegging niet ouder zijn dan drie maanden.

Vorige artikelen

Volgende artikelen