Art. 13 Verordening (EEG) nr. 3626/82

Verordening (EEG) nr. 3626/82

1. Indien de specimens bedoeld in artikel 2 , sub a ) , en in artikel 3 , lid 1 , die luidens de invoervergunning op een bepaald adres moeten worden bewaard , na het in het vrije verkeer brengen naar een andere Lid-Staat worden verzonden , moet aan de bevoegde instanties van de Lid-Staat van verzending het bewijs worden geleverd dat de goederen de voorgeschreven bestemming hebben bereikt .

2. Voor het vervoer binnen de Gemeenschap van levende dieren van de in artikel 2 , sub a ) , en in artikel 3 , lid 1 , bedoelde soorten vanaf het in de invoervergunning opgegeven adres is een voorafgaande toestemming vereist die wordt gegeven door de betrokken administratieve instantie(s ) .

3. Indien de in lid 1 en lid 2 bedoelde specimens onder de regeling van communautair douanevervoer worden geplaatst , dient de aangever een van de onderstaande vermeldingen aan te brengen in het voor de omschrijving van de goederen bestemde vakje op het formulier voor de aangifte voor communautair douanevervoer :

- " Udryddelsestruede arter "

- " Gefaehrdete Arten "

!***

- " Endangered species "

- " Espèces menacées d'extinction "

- " Specie minacciate di estinzione "

- " Bedreigde soorten " .