Art. 15 Verordening (EEG) nr. 3626/82
1. Ten aanzien van de soorten waarop deze verordening van toepassing is , kunnen de Lid-Staten met het oog op een of meer van de onderstaande doelstellingen strengere maatregelen handhaven of nemen met inachtneming van het Verdrag , inzonderheid artikel 36 :
a) het bieden van betere overlevingskansen voor levende specimens in de landen van bestemming ;
b) de instandhouding van inheemse soorten ;
c) de instandhouding van een soort of van een populatie van een soort in het land van oorsprong daarvan .
Wanneer een Lid-Staat , overeenkomstig dit lid , dergelijke maatregelen neemt die in geen geval mogen zijn ingegeven door handelspolitieke overwegingen , moeten die ook gelden voor het handelsverkeer met derde landen .
2. Indien een Lid-Staat voornemens is lid 1 toe te passen , dien hij de Commissie onverwijld in kennis te stellen van de voorgenomen maatregelen .
3. Ter bescherming van de gezondheid en het leven van dieren of planten kunnen de Lid-Staten ten aanzien van niet onder deze verordening vallende soorten soortgelijke maatregelen nemen als bedoeld in deze verordening .