Art. 9 Verordening (EEG) nr. 3626/82

Verordening (EEG) nr. 3626/82

1. Onverminderd artikel 15 erkent iedere Lid-Staat de beslissingen van de bevoegde instanties van de andere Lid-Staten .

2. Met uitzondering van het document , vermeld in artikel 11 , sub a ) , zijn de in deze verordening bedoelde vergunningen en certificaten die in een Lid-Staat zijn verleend , geldig in de gehele Gemeenschap .

3. Aanvragen voor de in artikel 10 , lid 1 , bedoelde invoervergunning dienen te worden gericht tot de administratieve instantie waaronder de plaats van bestemming van het specimen ressorteert .

4. Aanvragen voor een vergunning voor het binnenbrengen van specimens die uit zee afkomstig zijn , dienen te worden gericht tot de administratieve instantie waaronder de plaats van binnenkomst van de specimens ressorteert .

5. Aanvragen voor de in artikel 10 , lid 3 , bedoelde uitvoervergunningen en certificaten voor wederuitvoer voor levende specimens , dienen te worden gericht tot de administratieve instantie van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan het specimen zich bevindt .