Art. 8 Verordening (EEG) nr. 1785/81
1. Onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden wordt een vereveningsstelsel van de opslagkosten ingesteld dat een forfaitaire vergoeding en financiering daarvan door middel van een bijdrage behelst.
2. De opslagkosten van:
- witte suiker
- ruwe suiker
- stropen die een tussenstadium in de produktie van vaste suiker vormen
- stropen verkregen door oplossing van vaste suiker,
vervaardigd uit in de Gemeenschap geoogste suikerbieten of suikerriet, worden door de Lid-Staten forfaitair terugbetaald.
De opslagkosten worden ook door de Lid-Staten forfaitair terugbetaald voor preferentiële suiker:
- ingevoerd in de vorm van ruwe suiker
- ingevoerd in de vorm van witte suiker
en voor
- witte suiker die in de Gemeenschap is verkregen door raffinage van ruwe preferentiële suiker
- stropen die in de Gemeenschap zijn verkregen na oplossing van preferentiële suiker
- stropen die in de Gemeenschap rechtstreeks zijn verkregen uit ruwe preferentiële suiker.
De Lid-Staten heffen naar gelang van het geval een bijdrage:
a) van iedere fabrikant, naar gelang van het geval:
- per gewichtseenheid geproduceerde suiker
- per gewichtseenheid stropen bedoeld in de eerste alinea, die een tussenstadium in de produktie van vaste suiker vormen en als zodanig worden afgezet;
b) van iedere importeur van preferentiële suiker, per gewichtseenheid ingevoerde en als zodanig afgezette suiker;
c) van iedere raffinadeur van preferentiële suiker, per gewichtseenheid geraffineerde suiker; de vervaardiging van stropen rechtstreeks verkregen uit ruwe preferentiële suiker wordt voor de bijdrageheffing als raffinage beschouwd.
Het bedrag van de terugbetaling is voor de gehele Gemeenschap gelijk. Deze regel geldt ook voor de bijdrage die in elk van de gevallen als bedoeld sub a) enerzijds en sub b) en c) anderzijds van toepassing is.
3. Lid 2 is niet van toepassing op suiker, gearomatiseerd of met toegevoegde kleurstoffen, van post 17.01, noch op suikerstroop, gearomatiseerd of met toegevoegde kleurstoffen, van post 21.07 F IV van het gemeenschappelijk douanetarief.
4. Op voorstel van de Commissie stelt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen vast:
a) de algemene voorschriften voor de toepassing van dit artikel;
b) gelijktijdig met de afgeleide interventieprijzen, het bedrag van de terugbetaling.
5. Het bedrag van de bijdrage wordt jaarlijks vastgesteld volgens de procedure van artikel 41. De overige uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden volgens dezelfde procedure vastgesteld.