Art. 29 Verordening (EEG) nr. 1785/81

Verordening (EEG) nr. 1785/81

1. Wanneer voor het verkoopseizoen voor suiker 1980/1981 de totale verliezen bedoeld in artikel 27 van Verordening (EEG) nr. 3330/74:

a) niet geheel worden gedekt door de opbrengst van de produktieheffing, worden de hieruit voorvloeiende financiële lasten opgeteld bij het verwachte totale verlies, bedoeld in artikel 28, lid 1, sub e), van de onderhavige verordening, voor het verkoopseizoen 1981/1982.

In afwijking van artikel 27, lid 2, eerste alinea, van Verordening (EEG) nr. 3330/74 worden deze lasten berekend door als gegarandeerde hoeveelheid te beschouwen de menselijke consumptie in de Gemeenschap, uitgedrukt in hoeveelheid witte suiker, in het verkoopseizoen voor suiker 1980/1981;

b) berekend overeenkomstig het bepaalde sub a), tweede alinea, lager zijn dan de opbrengst van de geïnde produktieheffing, wordt een bedrag, gelijk aan dit verschil, afgetrokken van het verwachte totale verlies, respectievelijk opgeteld bij de verwachte totale opbrengst voortvloeiend uit de toepassing van artikel 28, lid 1, van de onderhavige verordening.

2. Wanneer de opbrengst van de basisproduktieheffing minder bedraagt dan het maximumbedrag, bedoeld in artikel 28, lid 3, of wanneer de opbrengst van de B-heffing minder bedraagt dan het maximumbedrag, bedoeld in lid 4 van dat artikel, in voorkomend geval herzien volgens lid 5 van dat artikel, zijn de suikerfabrikanten verplicht de suikerbietenverkopers het verschil uit te keren tussen het maximumbedrag van de desbetreffende heffing en het bedrag van de te innen heffing, ten belope van 60 % van dit verschil.

Het per ton suikerbieten te betalen bedrag wordt vastgesteld voor de standaardkwaliteit.

De in artikel 6 bedoelde toeslagen en kortingen zijn op dit bedrag van toepassing.

3. Voor een hoeveelheid suiker waarvoor de desbetreffende heffing wordt geïnd, kunnen de suikerfabrikanten in de Gemeenschap van de verkopers van in de Gemeenschap geproduceerd suikerriet terugbetaling van deze heffing eisen, ten belope van 60 % van deze heffing.

4. De Lid-Staten gaan aan de hand van de door de suikerfabrikanten verstrekte gegevens na of de betaling van de suikerbieten geschiedt in overeenstemming met de communautaire voorschriften ter zake.

5. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 41.