Art. 24 Verordening (EEG) nr. 1785/81

Verordening (EEG) nr. 1785/81

1. De Lid-Staten kennen, onder de voorwaarden van deze titel, een A-quotum en een B-quotum toe aan iedere op hun gebied gevestigde suiker- of isoglucoseproducerende onderneming die of wel gedurende het tijdvak van 1 juli 1980 tot en met 30 juni 1981 een basisquotum heeft gekregen als bepaald bij Verordening (EEG) nr. 3330/70, respectievelijk Verordening (EEG) nr. 1111/77, of wel, voor wat betreft Griekenland, gedurende deze periode suiker of isoglucose heeft geproduceerd.

In deze verordening wordt verstaan onder:

a) A-suiker, of A-isoglucose, elke hoeveelheid suiker of isoglucose die voor rekening van een bepaald verkoopseizoen binnen de limiet van het A-quotum van de betrokken onderneming wordt geproduceerd;

b) B-suiker, of B-isoglucose, elke hoeveelheid suiker of isoglucose die voor rekening van een bepaald verkoopseizoen wordt geproduceerd en het A-quotum overschrijdt doch binnen de som van de A- en B-quota van de betrokken onderneming blijft;

c) C-suiker, of C-isoglucose, elke hoeveelheid suiker of isoglucose die voor rekening van een bepaald verkoopseizoen wordt geproduceerd en de som van de A- en B-quota van de betrokken onderneming overschrijdt.

2. Voor de toekenning van de in lid 1 bedoelde A- en B-quota worden de volgende basishoeveelheden vastgesteld:

I. Basishoeveelheden A

>(1)(2)"> ID="1">Denemarken> ID="2">328 000,0> ID="3">-"> ID="1">Duitsland> ID="2">1 990 000,0> ID="3">28 882,0"> ID="1">Frankrijk (moederland)> ID="2">2 530 000,0> ID="3">15 887,0"> ID="1">Franse overzeese departementen> ID="2">466 000,0> ID="3">-"> ID="1">Griekenland> ID="2">290 000,0> ID="3">10 522,0"> ID="1">Ierland> ID="2">182 000,0> ID="3">-"> ID="1">Italië> ID="2">1 320 000,0> ID="3">16 569,0"> ID="1">Nederland> ID="2">690 000,0> ID="3">7 426,0"> ID="1">BLEU> ID="2">680 000,0> ID="3">56 667,0"> ID="1">Verenigd Koninkrijk> ID="2">1 040 000,0> ID="3">21 696,0"">

II. Basishoeveelheden B

>(1)(2)"> ID="1">Denemarken> ID="2">96 629,3> ID="3">-"> ID="1">Duitsland> ID="2">612 312,9> ID="3">6 802,0"> ID="1">Frankrijk (moederland)> ID="2">759 232,8> ID="3">4 135,0"> ID="1">Franse overzeese departementen> ID="2">46 600,0> ID="3">-"> ID="1">Griekenland> ID="2">29 000,0> ID="3">2 478,0"> ID="1">Ierland> ID="2">18 200,0> ID="3">-"> ID="1">Italië> ID="2">248 250,0> ID="3">3 902,0"> ID="1">Nederland> ID="2">182 000,0> ID="3">1 749,0"> ID="1">BLEU> ID="2">146 000,0> ID="3">15 583,0"> ID="1">Verenigd Koninkrijk> ID="2">104 000,0> ID="3">5 787,0"">

3. Het A-quotum van elke suiker- of isoglucoseproducerende onderneming is gelijk aan het haar in de periode van 1 juli 1980 tot en met 30 juni 1981 toegekende basisquotum.

Wat evenwel de suikerproducerende ondernemingen betreft, die zijn gevestigd in:

a) Italië, wordt op het referentiebasisquotum een coëfficiënt toegepast die de verhouding aangeeft tussen de in lid 2, sub I a), voor Italië vastgestelde basishoeveelheid en de som van de in de eerste alinea bedoelde basisquota die door deze Lid-Staat zijn toegekend;

b) Griekenland, is het A-quotum van de suikerproducerende onderneming gelijk aan de in lid 2, sub I a), voor Griekenland vastgestelde basishoeveelheid.

Voorts wordt, voor wat betreft de twee isoglucoseproducerende ondernemingen die in Griekenland zijn gevestigd, de in lid 2, sub I b), vastgestelde basishoeveelheid op onderstaande wijze door Griekenland onder deze twee ondernemingen verdeeld:

- 6 377 ton droge stof, bij wijze van A-quotum, voor de onderneming die haar isoglucoseproduktie vóór 1 januari 1981 heeft aangevangen;

- 4 145 ton droge stof, bij wijze van A-quotum, voor de onderneming die haar isoglucoseproduktie sinds 1 januari 1981 heeft aangevangen.

4. Het B-quotum van elke suikerproducerende onderneming wordt bepaald op grond van de door de betrokken onderneming buiten haar basisquotum maar binnen haar maximumquotum geproduceerde hoeveelheid suiker, als zodanig waargenomen krachtens Verordening (EEG) nr. 3330/74 voor elk van de verkoopseizoenen voor suiker 1975/1976 tot en met 1979/1980. Daartoe wordt, wanneer aan een onderneming het basisquotum van een andere onderneming geheel of gedeeltelijk is overgedragen, de overeenkomstige produktie van deze laatste onderneming, die is gerealiseerd vóór de overdracht gedurende de genoemde verkoopseizoenen, beschouwd als produktie van de onderneming waaraan de overdracht heeft plaatsgevonden. Het B-quotum van de onderneming is gelijk aan het gemiddelde van haar hoogste produktiecijfers aldus waargenomen voor drie van de bovengenoemde verkoopseizoenen voor suiker.

Onder voorbehoud van artikel 25:

a) mag, onverminderd het bepaalde sub b), het B-quotum van de onderneming niet minder bedragen dan 10 % van haar in lid 3, eerste alinea, bedoelde basisquotum en mag het B-quotum van de in Griekenland gevestigde onderneming niet kleiner zijn dan 10 % van haar A-quotum;

b) wordt, wanneer de som van de uit hoofde van de eerste alinea en van het bepaalde sub a) vastgestelde B-quota niet gelijk is aan de in lid 2, sub II a), vastgestelde hoeveelheid voor het betrokken gebied, op deze B-quota een coëfficiënt toegepast die de verhouding aangeeft tussen genoemde som en de overeenkomstige vastgestelde hoeveelheid;

c) wordt bij de vaststelling van het B-quotum van elke suikerproducerende onderneming die is gevestigd in de Lid-Staten die artikel 32 van Verordening (EEG) nr. 3330/74 hebben toegepast, rekening gehouden met de produktie van de onderneming buiten haar basisquotum in de in de eerste alinea bedoelde periode zonder dat de som van de aldus bepaalde B-quota de in lid 2, sub II, a), vastgestelde basishoeveelheid B mag overschrijden.

5. Het B-quotum van elke isoglucoseproducerende onderneming is gelijk aan 23,55 % van haar overeenkomstig lid 3, al naar gelang van het geval eerste of derde alinea, bepaalde A-quotum.

Voor elke andere onderneming dan die bedoeld in lid 3, derde alinea, mag het B-quotum evenwel niet lager zijn dan de produktie van isoglucose die heeft plaatsgevonden in de periode van 1 juli 1979 tot en met 30 juni 1980 boven haar basisquotum maar binnen haar maximumquotum.

6. Op voorstel van de Commissie stelt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen zo nodig de standaardkwaliteit vast voor isoglucose alsmede de criteria voor de vaststelling van een systeem voor de omrekening van geproduceerde hoeveelheden in hoeveelheden die onder deze standaardkwaliteit vallen.

7. Vóór 1 januari 1984 gaat de Raad op de grondslag van een rapport van de Commissie over tot een onderzoek van de voorzieningssituatie op de wereldmarkt en in voorkomend geval tot een herziening van de A- en B-quota volgens de procedure van artikel 43, lid 2, van het Verdrag.

8. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel, met name die betreffende het in lid 6 bedoelde omrekeningssysteem, worden voor zover nodig vastgesteld volgens de procedure van artikel 41.