Art. 28 Verordening (EEG) nr. 1785/81
1. Voor het einde van elk van de verkoopseizoenen 1981/1982 tot en met 1985/1986 worden vastgesteld:
a) de verwachte hoeveelheid A- en B-suiker en A- en B-isoglucose die voor rekening van het lopende verkoopseizoen wordt geproduceerd;
b) de verwachte hoeveelheid suiker en isoglucose die in het lopende verkoopseizoen voor intern verbruik in de Gemeenschap wordt afgezet;
c) het uit te voeren overschot, dat wordt berekend door de sub a) bedoelde hoeveelheid te verminderen met de sub b) bedoelde hoeveelheid;
d) het verwachte gemiddelde verlies of de verwachte gemiddelde opbrengst per ton suiker voor de verbintenissen tot uitvoer voor rekening van het lopende verkoopseizoen.
Dit gemiddelde verlies of deze gemiddelde opbrengst is gelijk aan het verschil tussen het totale bedrag van de restituties en het totale bedrag van de heffingen, gerelateerd aan de totale omvang van de desbetreffende verbintenissen tot uitvoer;
e) het verwachte totale verlies of de verwachte totale opbrengst, berekend door het sub c) bedoelde overschot te vermenigvuldigen met het gemiddelde verlies of de gemiddelde opbrengst bedoeld sub d).
2. Vóór het einde van elk van de verkoopseizoenen 1982/1983 tot en met 1985/1986 wordt voor de verkoopseizoenen 1981/1982 tot en met 1984/1985 voorafgaande aan het jaar waarin de vaststelling plaatsvindt cumulatief vastgesteld:
a) het uit te voeren overschot dat is vastgesteld uitgaande van de uiteindelijke produktie van A- en B-suiker en van A- en B-isoglucose enerzijds en van de uiteindelijke hoeveelheid suiker en isoglucose die voor intern gebruik in de Gemeenschap is afgezet anderzijds;
b) het gemiddelde verlies of de gemiddelde opbrengst per ton suiker resulterend uit het totaal van de desbetreffende verbintenissen tot uitvoer, vastgesteld overeenkomstig de in lid 1, sub d), tweede alinea, bedoelde berekeningsmethode;
c) het totale verlies of de totale opbrengst, berekend door het sub a) bedoelde overschot te vermenigvuldigen met het gemiddelde verlies of de gemiddelde opbrengst bedoeld sub b);
d) de totale opbrengst van de geïnde basisproduktieheffingen en B-heffingen.
Het verwachte totale verlies of de verwachte totale opbrengst bedoeld in lid 1, sub e), wordt aangepast aan de hand van het verschil tussen de sub c) en d) bedoelde vaststellingen.
3. Wanneer de in lid 1 bedoelde vaststellingen na aanpassing overeenkomstig lid 2, en onverminderd artikel 29, lid 1, wijzen op een te verwachten totaal verlies, wordt dit verlies gedeeld door de verwachte hoeveelheid A- en B-suiker en A- en B-isoglucose, die voor rekening van het lopende verkoopseizoen is geproduceerd. Het hieruit voortvloeiende bedrag moet bij de fabrikanten worden geïnd als basisproduktieheffing op hun produktie van A- en B-suiker en A- en B-isoglucose.
Deze heffing mag evenwel niet hoger zijn
- voor de betrokken suiker, dan een bedrag dat gelijk is aan 2,0 % van de interventieprijs voor witte suiker
en
- voor de betrokken isoglucose, dan het ten laste van de suikerfabrikanten blijvende deel van de basisproduktieheffing.
4. Wanneer het ten gevolge van de limitering van de basisproduktieheffing niet mogelijk is het in lid 3, eerste alinea, bedoelde totale verlies geheel te dekken, wordt het saldo gedeeld door de verwachte hoeveelheid B-suiker en B-isoglucose die voor rekening van het betrokken verkoopseizoen is geproduceerd. Het hieruit voortvloeiende bedrag moet bij de fabrikanten worden geïnd als B-heffing op hun produktie van B-suiker en B-isoglucose.
Onder voorbehoud van lid 5 mag deze heffing evenwel niet hoger zijn
- voor B-suiker, dan een bedrag dat gelijk is aan 30,0 % van de interventieprijs voor witte suiker,
en
- voor B-isoglucose, dan het ten laste van de suikerfabrikanten blijvende deel van de B-heffing.
5. Wanneer het ten gevolge van de limitering van de basisproduktieheffing en van de B-heffing niet mogelijk is geweest het in lid 3, eerste alinea, bedoelde totale verlies geheel te dekken, wordt het in lid 4, tweede alinea, eerste streepje, bedoelde maximumpercentage herzien binnen een grens die het mogelijk maakt dit laatste percentage tot 37,5 % te verhogen. Het in artikel 5, lid 2, tweede alinea, bedoelde percentage wordt aangepast aan de hand van deze herziening.
Op voorstel van de Commissie stelt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de herziening van de in de eerste alinea bedoelde percentages vast. Deze herziene percentages zijn van toepassing op het verkoopseizoen voor suiker dat onmiddellijk volgt op het verkoopseizoen waarvoor het niet gedekte verliessaldo is geconstateerd.
6. De heffingen worden door de Lid-Staten geïnd.
7. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel alsmede de te innen bedragen van de heffing worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 41.