Art. 16 Verordening (EEG) nr. 1785/81
1. Bij de invoer van de in artikel 1, lid 1, sub a), b), c), d), f) en g), genoemde produkten wordt een heffing toegepast.
2. De heffing op witte suiker, ruwe suiker en melasse is gelijk aan de drempelprijs, verminderd met de cif-prijs. Voor gearomatiseerde suiker of suiker met toegevoegde kleurstoffen, verkregen uit witte suiker of ruwe suiker, is de voor witte suiker geldende heffing van toepassing.
3. De heffing op ruwe suiker wordt in voorkomend geval aangepast aan de hand van het rendement. Bij de invoer van niet voor raffinage bestemde ruwe suiker wordt de heffing toegepast die geldt voor witte suiker, indien deze hoger is dan de heffing op ruwe suiker. Indien de heffing op witte suiker hoger is dan de heffing op ruwe suiker, wordt de voor raffinage bestemde ruwe suiker onderworpen aan een douanecontrole of aan een administratieve controle die gelijkwaardige waarborgen biedt.
4. De heffing op de in artikel 1, lid 1, sub b), genoemde produkten wordt forfaitair berekend op basis van het gehalte aan saccharose van elk van deze produkten en op basis van de heffing op witte suiker.
Voor andere gebruiksdoeleinden dan de vervaardiging van suiker kan in speciale gevallen volgens de procedure van artikel 41 tijdelijk gedeeltelijke vrijstelling van de heffing bij invoer worden verleend.
5. De heffing op de in artikel 1, lid 1, sub d), genoemde produkten wordt in voorkomend geval forfaitair berekend op basis van het gehalte aan saccharose of aan andere suiker, omgerekend in saccharose, van het betrokken produkt en op basis van de heffing op witte suiker.
De heffing op ahornsuiker en ahornsuikerstroop van post 17.02 van het gemeenschappelijk douanetarief wordt evenwel beperkt tot het bedrag dat voortvloeit uit de toepassing van het in het kader van de GATT geconsolideerde douanerecht.
6. De heffing op de in artikel 1, lid 1, sub f) en g), bedoelde produkten bestaat uit een variabel en een vast element. Het variabele element is per 100 kilogram droge stof gelijk aan honderdmaal het basisbedrag van de invoerheffing, dat is vastgesteld overeenkomstig lid 5, en geldt vanaf de eerste van iedere maand.
Het vaste element is per 100 kilogram droge stof gelijk aan een tiende van het bedrag van het vaste element dat wordt berekend overeenkomstig artikel 14, lid 1, punt B, van Verordening (EEG) nr. 2727/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (15), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1784/81 (16), voor de vaststelling van de heffing bij invoer van produkten van post 17.02 B II van het gemeenschappelijk douanetarief.
7. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel, met name de marge waarbinnen de veranderingen van de berekeningselementen van de heffing geen wijziging van de heffing medebrengen, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 41.
8. De Commissie stelt de in dit artikel bedoelde heffingen vast.