Hof Amsterdam 24 augustus 1999, ECLI:NL:GHAMS:1999:AK4855

Bij brief heeft de Counsellor (EC) van de ambassade van India te Brussel aan de Commissie van de Europese Gemeenschap namens het Ministerie van Economische Zaken in India mededeling gedaan dat het onderwerpelijk certificaat is ingetrokken. Er is geen reden om aan te nemen dat deze mededeling is gedaan door een autoriteit die daartoe niet bevoegd zou zijn. Zoals uitgesproken in het arrest van het Hof van Justitie van 17 juli 1997, nr. C-97/95 (UTC 1998/12*), was de inspecteur gerechtigd op basis van deze mededeling de procedure tot navordering van de niet-geheven rechten in te leiden. De omstandigheid dat het onderwerpelijke certificaat van oorsprong niet ook in het "mission report" wordt genoemd, laat zulks onverlet. Dit geldt evenzeer voor de door de gemachtigde geuite kritiek op het rapport. Op 1 januari 1994 is het CDW in werking getreden. De inspecteur heeft terecht de uitnodiging tot betaling op artikel 221 CDW gebaseerd. De voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om van navordering af te zien, zijn - voorzover hier van belang - limitatief opgesomd in artikel 220, lid 2, letter b, van het CDW. Daarin is bepaald dat niet tot boeking achteraf wordt overgegaan wanneer het wettelijk verschuldigde bedrag aan rechten niet was geboekt, ten gevolge van een vergissing van de douaneautoriteiten zelf die de belastingschuldige redelijkerwijs niet kan ontdekken en waarbij deze laatste zijnerzijds te goeder trouw heeft gehandeld en aan alle voorschriften van de geldende bepalingen inzake de douaneaangifte heeft voldaan. De aanvaarding van een document, waarvan pas achteraf blijkt dat het ongeldig is, kan niet als een vergissing van de Nederlandse douane-autoriteiten worden aangemerkt. De omstandigheid dat het bedrag van de navordering niet meer op de opdrachtgever kan worden verhaald, komt voor risico van belanghebbende. In zoverre zijn geen beginselen van behoorlijk bestuur geschonden. De Tariefcommissie is niet bevoegd de billijkheid van de Europeesrechtelijke regeling van de aansprakelijkheid voor de douaneschuld te beoordelen; die regeling kan dan ook niet op billijkheidsgronden buiten toepassing worden gelaten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen