Art. 25 Verordening (EEG) nr. 222/77
1. In geval van verbreking van de verzegeling tijdens het vervoer buiten de wil van de vervoerder , moet deze zo spoedig mogelijk in de Lid-Staat waar het vervoermiddel zich bevindt aan de douane , indien deze in de onmiddellijke omgeving aanwezig is , zo niet , aan een andere bevoegde autoriteit , verzoeken een proces-verbaal van bevinding op te maken . De handelende autoriteit brengt zo mogelijk een nieuwe verzegeling aan .
2. Indien ten gevolge van een ongeval overlading op een ander vervoermiddel nodig is , is artikel 24 van toepassing .
Wanneer in de onmiddellijke omgeving geen douane aanwezig is , kan een andere bevoegde autoriteit optreden op de wijze aangegeven in artikel 24 , lid 1 .
3. Wanneer bij dreigend gevaar onmiddellijk gedeeltelijke of algehele lossing noodzakelijk is , kan de vervoerder eigenmachtig maatregelen nemen . Hij maakt van de genomen maatregelen melding op het document T 1 . Het bepaalde in lid 1 is in dat geval van toepassing .
4. Wanneer de vervoerder , wegens een ongeval of ten gevolge van een ander voorval tijdens het vervoer , niet in staat is de in artikel 17 bedoelde termijn in acht te nemen , moet hij de bevoegde autoriteit bedoeld in lid 1 zo spoeding mogelijk daarvan verwittigen . Deze autoriteit tekent een en ander aan op het document T 1 .