Art. 28 Zesde Richtlijn 77/388/EEG
1. De eventueel in de Lid-Staten geldende bepalingen welke ingevolge de eerste vier streepjes van artikel 17 van de tweede richtlijn van de Raad van 11 april 1967 zijn vastgesteld , zijn in elk van de betrokken Lid-Staten niet meer van toepassing met ingang van de respectieve datum waarop de in artikel 1 , tweede alinea , bedoelde bepalingen in werking treden .
2. De op 31 december 1975 bestaande lagere tarieven en vrijstellingen met teruggaaf van voorbelasting , die voldoen aan de criteria welke worden genoemd in het laatste streepje van artikel 17 van de tweede richtlijn van de Raad van 11 april 1967 kunnen worden gehandhaafd tot een door de Raad op voorstel van de Commissie met eenparigheid van stemmen vast te stellen datum , welke echter niet later mag liggen dan die van de afschaffing van het belasten bij invoer en het ontlasten bij uitvoer in het handelsverkeer tussen de Lid-Staten . De Lid-Staten treffen de nodige voorzieningen om te verzekeren dat de belastingplichtigen de gegevens verstrekken die nodig zijn voor de vaststelling van de eigen middelen die betrekking hebben op deze handelingen .
Om de vijf jaar beziet de Raad op grond van een verslag van de Commissie de hierboven bedoelde verlaagde tarieven en vrijstellingen opnieuw en stelt hij , in voorkomend geval , op voorstel van de Commissie met eenparigheid van stemmen de nodige maatregelen vast om deze geleidelijk af te schaffen .
3. Gedurende de in lid 4 genoemde overgangsperiode kunnen de Lid-Staten :
a) de in de lijst van bijlage E genoemde handelingen die krachtens artikel 13 of artikel 15 zijn vrijgesteld , blijven belasten ;
b) de handelingen , genoemd in bijlage F blijven vrijstellen onder de in de Lid-Staat vigerende voorwaarden ;
c) de belastingplichtigen de mogelijkheid geven te kiezen voor belasting van de handelingen die op de in bijlage G vastgestelde voorwaarden zijn vrijgesteld ;
d) bepalingen waarbij wordt afgeweken van het beginsel van onmiddellijke aftrek als bedoeld in artikel 18 , lid 2 , eerste alinea , blijven toepassen ;
e) bepalingen waarbij wordt afgeweken van artikel 5 , lid 4 , sub c ) , artikel 6 , lid 4 , en artikel 11 , A , punt 3 , sub c ) , blijven toepassen ;
f) bepalen dat , voor de leveringen van gebouwen en bouwterreinen die met het oog op wederverkoop zijn gekocht door een belastingplichtige welke voor die aankoop geen recht op aftrek had , de maatstaf van heffing kan bestaan uit het verschil tussen de verkoopprijs en de aankoopprijs ;
g) in afwijking van artikel 17 , lid 3 , en artikel 26 , lid 3 , de diensten van reisbureaus als bedoeld in artikel 26 , lid 3 , blijven vrijstellen , zonder recht op aftrek van de voorbelasting . Deze afwijking is ook van toepassing op reisbureaus die in naam en voor rekening van de reiziger handelen .
4. De overgangsperiode duurt aanvankelijk vijf jaar , te rekenen vanaf 1 januari 1978 . Uiterlijk zes maanden voor het einde van deze periode , en nadien voor zover nodig , beziet de Raad , aan de hand van een verslag van de Commissie , de toestand met betrekking tot de afwijkingen , zoals bedoeld in lid 3 opnieuw , en beslist hij , met eenparigheid van stemmen , op voorstel van de Commissie over de eventuele intrekking van deze afwijkingen of van een gedeelte daarvan .
5. In de uiteindelijke regeling zal het personenvervoer in het land van vertrek worden belast voor de binnen de Gemeenschap afgelegde afstand , volgens door de Raad op voorstel van de Commissie met eenparigheid van stemmen vast te stellen nadere bepalingen .