Art. 30 Zesde Richtlijn 77/388/EEG, Internationale overeenkomsten

Zesde Richtlijn 77/388/EEG

De Raad kan , op voorstel van de Commissie met eenparigheid van stemmen , elke Lid-Staat machtigen met een derde land of een internationale organisatie een overeenkomst te sluiten waarin bepalingen kunnen voorkomen die van deze richtlijn afwijken . De Staat die een dergelijke overeenkomst wenst te sluiten , brengt de Commissie daarvan op de hoogte en verschaft alle nodige beoordelingsgegevens . De Commissie stelt de andere Lid-Staten daarvan binnen een maand in kennis .

Het besluit van de Raad wordt geacht te zijn genomen indien , binnen twee maanden nadat de Lid-Staten overeenkomstig de vorige alinea in kennis zijn gesteld , de zaak niet in de Raad is behandeld .