Art. 5 Tweede Richtlijn 77/91/EEG
1. Wanneer volgens de wetgeving van een Lid-Staat voor de oprichting van een vennootschap de samenwerking van meerdere deelnemers is vereist , heeft de vereniging van alle aandelen in één hand of de vermindering van het aantal deelnemers tot beneden het wettelijke minimum op een tijdstip na de oprichting niet tot gevolg dat de vennootschap van rechtswege wordt ontbonden .
2. Indien een vennootschap , in de in lid 1 bedoelde gevallen , krachtens de wetgeving van een Lid-Staat door een rechterlijke uitspraak ontbonden kan worden , moet de bevoegde rechter de vennootschap voldoende tijd kunnen geven om haar toestand met de wettelijke voorschriften in overeenstemming te brengen .
3. Wanneer de ontbinding van de vennootschap is uitgesproken , treedt zij in vereffening .