Art. 12 Richtlijn 76/308/EEG
1. Indien gedurende de invorderingsprocedure de schuldvordering en/of de in de Lid-Staat waar de verzoekende autoriteit is gevestigd afgegeven executoriale titel door een belanghebbende worden betwist , wordt de zaak door deze voor de bevoegde instantie van de Lid-Staat gebracht , waar de verzoekende autoriteit is gevestigd , overeenkomstig de in deze laatste Lid-Staat geldende rechtsregels . Deze vordering moet door de verzoekende autoriteit worden genotifieerd aan de aangezochte autoriteit . Bovendien kan zij door de belanghebbende worden genotifieerd aan de aangezochte autoriteit .
2. Zodra de aangezochte autoriteit de in lid 1 bedoelde notificatie heeft ontvangen , hetzij van de verzoekende autoriteit , hetzij van de belanghebbende , schorst zij de executieprocedure in afwachting van de beslissing van de op dit gebied bevoegde instantie . Indien zij dit nodig acht , kan zij , onverminderd artikel 13 , overgaan tot het nemen van conservatoire maatregelen om de invordering te waarborgen , voor zover de in de Lid-Staat waar zij gevestigd is geldende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen zulks toestaan voor soortgelijke schuldvorderingen .
3. Wanneer de betwisting betrekking heeft op uitvoeringsmaatregelen die zijn getroffen in de Lid-Staat waar de aangezochte autoriteit is gevestigd , wordt de zaak voor de bevoegde instantie van deze Lid-Staat gebracht , overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van deze Lid-Staat .
4. Wanneer de bevoegde instantie waarvoor de zaak overeenkomstig lid 1 is gebracht , een gewone of administratieve rechter is , vormt de uitspraak van deze rechter , voor zover zij gunstig is voor de verzoekende autoriteit en zij het mogelijk maakt om de schuldvordering in de Lid-Staat waar de verzoekende autoriteit gevestigd is , in te vorderen , de " executoriale titel " in de zin van de artikelen 6 , 7 en 8 en wordt de schuldvordering op grond van deze uitspraak ingevorderd .