Art. 7 Richtlijn 76/308/EEG

Richtlijn 76/308/EEG

1. Het verzoek tot invordering van een schuldvordering dat de verzoekende autoriteit tot de aangezochte autoriteit richt , dient vergezeld te gaan van een officieel exemplaar of van een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de executoriale titel , afgegeven in de Lid-Staat waar de verzoekende autoriteit is gevestigd en , in voorkomend geval , van het origineel of van een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van andere voor de invordering benodigde documenten .

2. De verzoekende autoriteit kan slechts een verzoek tot invordering indienen :

a) indien de schuldvordering en/of de executoriale titel niet betwist worden in de Lid-Staat waar zij gevestigd is ;

b) wanneer zij in de Lid-Staat waar zij gevestigd is , deinvorderingsprocedure heeft ingesteld , welke op basis van de in lid 1 bedoelde titel kan worden uitgevoerd , en de genomen maatregelen niet hebben geleid tot volledige betaling van de schuldvordering .

3. Het verzoek tot invordering vermeldt de naam en het adres van de betrokken persoon , de aard van de schuldvordering , het bedrag van de hoofdsom en van de verschuldigde interessen en kosten , alsmede alle andere nuttige inlichtingen .

4. Het verzoek tot invordering omvat bovendien een verklaring van de verzoekende autoriteit , waarin de datum wordt aangegeven vanaf welke de tenuitvoerlegging mogelijk is volgens de in de Lid-Staat waar zij gevestigd is geldende rechtsregels , en waarin wordt bevestigd dat aan de in lid 2 gestelde voorwaarden is voldaan .

5. De verzoekende autoriteit doet de aangezochte autoriteit , zodra zij hiervan kennis heeft , alle nuttige inlichtingen toekomen die betrekking hebben op de zaak welke de aanleiding was voor het verzoek tot invordering .