Art. 15 Richtlijn 76/308/EEG
1. De vraagstukken met betrekking tot de verjaring worden uitsluitend geregeld door de rechtsregels die gelden in de Lid-Staat waar de verzoekende autoriteit is gevestigd .
2. De overeenkomstig het verzoek tot bijstand door de aangezochte autoriteit genomen maatregelen tot invordering , die , indien zij door de verzoekende autoriteit zouden zijn genomen , tot gevolg zouden hebben gehad dat de verjaring volgens de rechtsregels die gelden in de Lid-Staat waar de verzoekende autoriteit is gevestigd , zou zijn opgeschort of onderbroken , worden , voor wat dit gevolg betreft , beschouwd als te zijn genomen in deze laatste Staat .