Art. 6 Verordening (EEG) nr. 729/70
1. Op grond van artikel 1 , lid 3 , worden gefinancierd de gemeenschappelijke acties , waartoe door de Raad volgens de procedure van artikel 43 , lid 2 , derde alinea , van het Verdrag besloten wordt ten einde de doelstellingen van artikel 39 , lid 1 , sub a ) , van het Verdrag te verwezenlijken , met inbegrip van de structuurwijzigingen , nodig voor de goede werking van de gemeenschappelijke markt .
2. Wanneer de Raad tot een gemeenschappelijke actie besluit , bepaalt hij tegelijkertijd :
a) het te verwezenlijken doel en de aard van de in overweging te nemen verrichtingen ;
b) de deelneming van het Fonds aan deze gemeenschappelijke actie ;
c) de totale geraamde kosten van de gemeenschappelijke actie en de verwachte tijdsduur voor de verwezenlijking ervan ;
d) de economische en financiële voorwaarden ;
e) de noodzakelijke procedurebepalingen .
3. Tot de gemeenschappelijke acties wordt besloten met inachtneming van de beschikking van de Raad van 4 december 1962 betreffende de coordinatie van het structuurbeleid in de landbouw ( 5 ) .
4. De bepalingen van het tweede deel van Verordening nr . 17/64/EEG , met uitsluiting van artikel 14 , lid 1 , sub a ) , en artikel 16 , blijven van toepassing .
Zij zijn niet langer van toepassing , zodra het jaarlijkse bedrag dat wordt gebruikt voor de communautaire financiering van de in lid 2 bedoelde gemeenschappelijke acties , 285 miljoen rekeneenheden bereikt .
Voor zover deze bepalingen nog van toepassing zijn op 1 januari 1972 , worden de resterende kredieten gebruikt in het kader van de eerste alinea , binnen de grenzen van hetgeen er van het in de tweede alinea genoemde bedrag beschikbaar is .
Deze bepalingen blijven in ieder geval van toepassing voor de uitvoering van de verrichtingen waartoe voordien werd besloten . Zij blijven eveneens van toepassing voor het gebruik van de kredieten , opgenomen in de begrotingen voorafgaand aan die voor 1972 ; deze kredieten moeten bij voorkeur worden gebruikt voor de gemeenschappelijke acties , onverminderd Verordening ( EEG ) nr . 2010/68 van de Raad van 9 december 1968 betreffende de bijstand door het Europees Oriëntatie - en Garantiefonds voor de Landbouw , afdeling Oriëntatie , voor het jaar 1969 ( 6 ) en Verordening ( EEG ) nr . 1534/69 van de Raad van 29 juli 1969 betreffende de bijstand door het E.O.G.F.L . , afdeling Oriëntatie , voor het jaar 1970 ( 7 ) . De voorschriften voor de toepassing van deze alinea worden zo nodig volgens de procedure van artikel 13 vastgesteld .
5. Vanaf 1 januari 1972 bedragen de kredieten van het Fonds , afdeling Oriëntatie , jaarlijks 285 miljoen rekeneenheden . Dit bedrag kan door de Raad slechts voor de in lid 2 bedoelde gemeenschappelijke acties , volgens de procedure van artikel 43 , lid 2 , derde alinea , van het Verdrag worden verhoogd .