Art. 6 Richtlijn 69/73/EEG
1. De geldigheidsduur van de vergunningen , waarbij voor andere dan de in artikel 5 , lid 2 en 3 , bedoelde gevallen gebruikmaking van de regeling actieve veredeling wordt toegestaan , mag niet langer dan negen maanden zijn . De feitelijke gegevens op basis waarvan de bevoegde autoriteiten in de loop van een maand dergelijke vergunningen hebben afgegeven , worden v}}r de tiende van de volgende maand door deze autoriteiten aan de Commissie medegedeeld . De Commissie brengt de Lid-Staten daarvan op de hoogte .
2. De Lid-Staten beschikken over een termijn van zes weken , te rekenen vanaf de datum waarop de mededeling door de Commissie hun ter kennis werd gebracht , om de gevallen kenbaar te maken die naar hun mening niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 5 , lid 1 , en om de redenen aan te geven waarop hun mening berust .
3. De uit hoofde van lid 2 gemaakte opmerkingen worden onderzocht door het in artikel 26 bedoelde Comité .
4. Wanneer de Raad twee maanden v}}r het verstrijken van de in lid 1 bedoelde termijn van negen maanden volgens de procedure van artikel 29 geen bepalingen ter zake heeft vastgesteld kunnen de bevoegde autoriteiten op verzoek van de belanghebbende de geldigheidsduur van de vergunning verlengen .