ABRvS 16 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5413
Bij besluit van 2 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid appellant in bewaring gesteld. Appellant heeft de Marokkaanse nationaliteit. De minister heeft appellant in bewaring gesteld, omdat hij geen rechtmatig verblijf heeft, er volgens de minister een risico bestaat dat appellant zich aan het toezicht zal onttrekken en hij de voorbereiding van het vertrek of uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. Meteen voorafgaand aan de inbewaringstelling van 2 januari 2023 die aan deze procedure ten grondslag ligt, was appellant strafrechtelijk gedetineerd. Hij heeft tussen 1 september 2022 en 2 januari 2023 op strafrechtelijke titels vastgezeten. Op de zitting bij de Afdeling is gebleken dat appellant op 7 april 2023 is uitgezet.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 16 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5411
- ABRvS 16 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5412
- ABRvS 17 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:764
- ABRvS 5 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:17
- ABRvS 2 mei 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ9731
- ABRvS 12 mei 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ5552
- ABRvS 23 januari 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BH1548
- ABRvS 22 december 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BG9516
- HvJ EU, ECLI:EU:C:1982:335
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2021:799
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2026:243