ABRvS 16 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5411
Bij besluit van 27 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid appellant in bewaring gesteld. Appellant heeft de Poolse nationaliteit. De minister heeft bij besluit van 24 april 2019 zijn verblijfsrecht in Nederland beëindigd, bepaald dat hij Nederland meteen moet verlaten en hem ongewenst verklaard. Appellant is op 14 september 2021 vanuit bewaring verwijderd naar Polen. Na korte tijd is hij weer teruggekeerd naar Nederland. Meteen voorafgaand aan de inbewaringstelling van 27 februari 2022, die aan deze procedure ten grondslag ligt, was appellant strafrechtelijk gedetineerd. Hij heeft tussen 19 februari 2022 en 27 februari 2022 op strafrechtelijke titels vastgezeten. De bewaring is met ingang van 11 maart 2022 opgeheven in verband met de uitzetting van appellant.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 16 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5412
- ABRvS 16 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5413
- ABRvS 23 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:562
- ABRvS 17 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:764
- ABRvS 5 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:17
- ABRvS 2 mei 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ9731
- ABRvS 23 januari 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BH1548
- ABRvS 18 november 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BG5649
- HvJ EU, ECLI:EU:C:1982:335
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2021:505
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2021:799
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2026:243