ABRvS 3 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1297
Bij besluit van 30 november 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Roermond aan [vergunninghouder A] en [vergunninghouder B] (hierna: [vergunninghouder]) een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een koffie- en wijnbar aan de [locatie] in Roermond. Het gaat in deze procedure om de verlening van een omgevingsvergunning, exploitatievergunning en een Drank- en horecawetvergunning voor de inrichting aan de [locatie] in Roermond. De exploitatie- en Drank- en horecawetvergunning waren nodig voor de exploitatie van koffie- en wijnbar ‘[naam]’. De omgevingsvergunning is aangevraagd voor een inpandige verbouwing en voor het realiseren van de koffie- en wijnbar, die in strijd is met het bestemmingsplan. [appellanten] zijn het niet eens met de verlening van deze vergunningen. De rechtbank heeft het beroep van [appellant A] tegen de exploitatie- en Drank- en horecawetvergunning ongegrond verklaard. Het beroep tegen de omgevingsvergunning heeft de rechtbank gegrond verklaard wegens twee motiveringsgebreken. De rechtbank heeft de omgevingsvergunning vernietigd en het college opgedragen om een nieuw besluit te nemen.
De uitspraak op rechtspraak.nl