ABRvS 3 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1299

[appellanten] hebben, naar aanleiding van nieuwe bebording en handelsreclame aan het pand aan de [locatie] te Roermond, op 11 maart 2020 bezwaar gemaakt tegen een eventueel nieuw verleende vergunning. Vervolgens hebben zij op 8 en 15 april 2020 de burgemeester van Roermond in gebreke gesteld omdat nog geen besluit was genomen op het bezwaarschrift. Vervolgens hebben zij, wegens het uitblijven van een besluit op het bezwaar, beroep ingesteld bij de rechtbank. [appellanten] betogen dat de rechtbank ten onrechte het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk heeft verklaard. Ook had de rechtbank moeten vaststellen dat de burgemeester een dwangsom aan hen moet betalen. Daarnaast verzoeken zij de Afdeling om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Ook verzoeken zij om vergoeding van andere schade, omdat zij kosten hebben moeten maken voor het voeren van deze procedures.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken