Rb. Rotterdam 16 juni 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:6961
De rechtbank laat de aan Apple opgelegde last onder dwangsom in stand. De last was opgelegd vanwege voorwaarden die Apple in het verleden aan datingappaanbieders oplegde en die volgens de ACM kwalificeren als misbruik van een economische machtspositie in de zin van artikel 24 van de Mededingingswet (Mw) en artikel 102 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU). Volgens de rechtbank heeft de ACM terecht geconcludeerd dat Apple een machtspositie heeft op de markt voor appstorediensten op het mobiele besturingssysteem iOS voor datingappaanbieders. De rechtbank verwerpt de gronden van Apple tegen de marktafbakening en tegen de vaststelling dat Apple een economische machtspositie heeft. Ook heeft de ACM volgens de rechtbank terecht geconcludeerd dat Apple onbillijke voorwaarden jegens datingappaanbieders hanteerde en daarmee misbruik heeft gemaakt van haar machtspositie. De ACM was bevoegd tot het opleggen van een last onder dwangsom. Op één onderdeel gaat de opgelegde last onder dwangsom verder dan noodzakelijk om aan de overtreding een einde te maken. Volgens de rechtbank was het niet nodig om datingappaanbieders zowel de mogelijkheid te bieden een eigen in-app betaalsysteem te hanteren als de mogelijkheid te verwijzen naar verkoopkanalen buiten de app. Voor het overige blijft de last onder dwangsom in stand. In een uitspraak van 24 december 2021 (ECLI:NL:RBROT:2021:12851) had de voorzieningenrechter een deel van de opgelegde last geschorst en de maximaal te verbeuren dwangsom gehalveerd tot € 50.000.000. De rechtbank stelt in deze uitspraak vast dat Apple niet heeft voldaan aan (het niet geschorste deel van) de last onder dwangsom en dat zij de maximale dwangsom van € 50.000.000 heeft verbeurd. De ACM heeft deze verbeurde dwangsom ook kunnen invorderen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 8 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1798
- ABRvS 3 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1297
- ABRvS 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:334
- CBb 10 november 2020, ECLI:NL:CBB:2020:799
- Rb. Rotterdam 17 juli 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:6328
- CBb 3 september 2018, ECLI:NL:CBB:2018:440
- CBb 7 mei 2014, ECLI:NL:CBB:2014:163
- HvJ EU, ECLI:EU:C:1974:25
- HvJ EU, ECLI:EU:C:1978:22
- HvJ EU, ECLI:EU:C:1979:36
- HvJ EU, ECLI:EU:C:1983:313
- HvJ EU, ECLI:EU:C:1991:286
- HvJ EU, ECLI:EU:C:1991:464
- HvJ EU, ECLI:EU:C:1996:436
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2000:132
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2009:214
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2009:456
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2012:172
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2017:632
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2020:959