ABRvS 3 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1300
Bij afzonderlijke besluiten van 9 november 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Roermond de afzonderlijke verzoeken van [appellant A] en [appellant B] om handhavend op te treden tegen de inrichting gevestigd aan [locatie] in Roermond afgewezen. Bij afzonderlijke besluiten van 23 juli 2020 hebben het college en de burgemeester van Roermond, ieder voor zover bevoegd, beslist op de bezwaren van [appellant A] en [appellant B]. De burgemeester heeft de bezwaren ongegrond verklaard. Het college heeft de bezwaren gegrond verklaard, maar is na heroverweging en nadere onderbouwing van de beslissing bij afwijzing van de handhavingsverzoeken gebleven. [appellant A] en [appellant B] hebben in 2018 ieder voor zich het college verzocht om handhavend op te treden tegen de inrichting aan [locatie] in Roermond. Het college heeft die verzoeken afgewezen. [appellant A] en [appellant B] hebben daar bezwaar tegen gemaakt. Het college en de burgemeester zijn, ieder voor zover bevoegd, bij de afwijzing van de handhavingsverzoeken gebleven in hun beslissingen op bezwaar. [appellant A] en [appellant B] hebben daartegen beroep ingesteld.
De uitspraak op rechtspraak.nl