Rb. Den Haag 7 mei 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:11104
De minister is op goede gronden en voldoende deugdelijk gemotiveerd overgegaan tot het intrekken met terugwerkende kracht van de aan eiser verleende verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. De minister stelt zich op goede gronden en voldoende deugdelijk gemotiveerd op het standpunt dat eiser niet langer voldoet aan de voorwaarden waaronder de reguliere verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd aan hem is verleend omdat hij zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft verplaatst. De minister hanteert daarbij terecht een termijn van afwezigheid uit Nederland van meer dan zes achtereenvolgende maanden. Niet is gebleken van familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM. De minister heeft eiser in bezwaar ten onrechte niet gehoord. Het beroep is gegrond. De rechtsgevolgen van het bestreden besluit blijven in stand.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 20 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1194
- ABRvS 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1187
- ABRvS 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1188
- ABRvS 23 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3367
- ABRvS 18 oktober 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2984
- ABRvS 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1918
- ABRvS 24 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1539
- EHRM 18 november 2014, ECLI:CE:ECHR:2014:1118JUD000504912
- EHRM 17 januari 2012, ECLI:CE:ECHR:2012:0117JUD000159806
- EHRM 20 september 2011, ECLI:CE:ECHR:2011:0920JUD000800008
- EHRM 9 oktober 2003, ECLI:CE:ECHR:2003:1009JUD004832199
- EHRM 7 november 2000, ECLI:CE:ECHR:2000:1107DEC003151996
- EHRM 28 juni 1995, ECLI:CE:ECHR:1995:0628DEC002577794
- EHRM 10 oktober 1994, ECLI:CE:ECHR:1994:1010DEC002321894
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2008:744