Rb. Den Haag 7 mei 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:11104

De minister is op goede gronden en voldoende deugdelijk gemotiveerd overgegaan tot het intrekken met terugwerkende kracht van de aan eiser verleende verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. De minister stelt zich op goede gronden en voldoende deugdelijk gemotiveerd op het standpunt dat eiser niet langer voldoet aan de voorwaarden waaronder de reguliere verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd aan hem is verleend omdat hij zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft verplaatst. De minister hanteert daarbij terecht een termijn van afwezigheid uit Nederland van meer dan zes achtereenvolgende maanden. Niet is gebleken van familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM. De minister heeft eiser in bezwaar ten onrechte niet gehoord. Het beroep is gegrond. De rechtsgevolgen van het bestreden besluit blijven in stand.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken