ABRvS 4 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3709

Bij besluit van 24 oktober 2019 heeft de korpschef van de politie het verlof tot het voorhanden hebben van wapens en munitie (hierna: het wapenverlof) van [appellant] ingetrokken. [appellant] is op 18 mei 2019 betrokken geweest bij een vechtpartij tijdens een schutterstreffen. De politie heeft van de vechtpartij mutatierapporten opgemaakt, waaruit blijkt dat [appellant] ook als verdachte is aangemerkt. De zaak waarbij [appellant] is aangemerkt als verdachte is op 16 september 2019 geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. Naar aanleiding van de rol van [appellant] bij de vechtpartij heeft de korpschef het wapenverlof van [appellant] ingetrokken op grond van artikel 7, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wwm. Volgens de korpschef bestaat er geringe twijfel dat aan [appellant] het onder zich hebben van wapens of munitie niet langer kan worden toevertrouwd. Bij besluit van 4 juni 2020 heeft de minister het administratief beroep van [appellant] ongegrond verklaard. De minister heeft zich daarbij gebaseerd op de mutatierapporten van de politie.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken