ABRvS 3 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:219
Bij besluit van 5 maart 2019 heeft de korpschef van politie het door [appellant] gevraagde verlof voor het voorhanden hebben van een vuurwapen met de daarbijbehorende munitie geweigerd. [appellant] had een verlof voor het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie voor het beoefenen van de schietsport sinds januari 2014. De korpschef heeft dit verlof in januari 2015 ingetrokken, omdat wapens en munitie volgens hem niet langer aan [appellant] kunnen worden toevertrouwd wegens verdenking van betrokkenheid bij hennepteelt. In januari 2016 heeft [appellant] een aanvraag ingediend voor een nieuw wapenverlof. De korpschef heeft de aanvraag afgewezen, omdat ten aanzien van [appellant] grond is voor vrees voor misbruik van het wapenverlof en omdat het voorhanden hebben van wapens en munitie volgens hem niet aan [appellant] kan worden toevertrouwd. Er zijn aanwijzingen dat [appellant] bij drugshandel is betrokken dan wel criminele activiteiten gedoogt en verzwijgt.
De uitspraak op rechtspraak.nl