ABRvS 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1897
Bij besluit van 27 juni 2019 heeft de korpschef van de nationale politie het aan [appellant] verleende wapenverlof ingetrokken. Bij besluit van 6 februari 2020 heeft de minister van Justitie en Veiligheid het door [appellant] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] mocht een wapen en munitie hebben. Hij gebruikte dat voor het schieten bij een schietvereniging. Het wapenverlof was geldig tot en met 31 maart 2020. De korpschef heeft het wapenverlof ingetrokken bij het besluit van 27 juni 2019. De korpschef vond het namelijk niet meer verantwoord dat [appellant] het wapen en de munitie heeft. De korpschef baseert zich daarvoor op een mutatierapport. Daarin staat dat de politieambtenaar zich zorgen maakt over de geestelijke gesteldheid van [appellant]. Dat komt door meldingen die bij de politie zijn gedaan over het gedrag van [appellant] en uit eigen observatie. De minister vindt dat de korpschef het wapenverlof mocht intrekken.
De uitspraak op rechtspraak.nl