ABRvS 2 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3986

Bij besluit van 29 april 2020 heeft de korpschef van de Nationale Politie de aan [appellant] verleende jachtakte ingetrokken. Bij besluit van 3 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het door [appellant] daartegen gemaakte administratief beroep ongegrond verklaard. Op 29 april 2020 heeft de korpschef de aan [appellant] verleende jachtakte ingetrokken, omdat sprake was van ‘vrees voor misbruik’/’het niet langer kunnen toevertrouwen’ van een wapenverlof aan [appellant]. Van zo'n vrees kan al sprake zijn als er geringe twijfel is of het onder zich hebben van wapens of munitie aan hem kan worden toevertrouwd, gelet op het maatschappelijk belang van bescherming van de veiligheid in de samenleving. De geringe twijfel of het nog verantwoord is dat [appellant] wapens en munitie voorhanden mag hebben, is bij de korpschef ontstaan naar aanleiding van een op 17 januari 2020 binnengekomen internationaal rechtshulpverzoek. In administratief beroep heeft de staatssecretaris geoordeeld dat de korpschef terecht de jachtakte heeft ingetrokken. Volgens de staatssecretaris staat vast dat [appellant] in Duitsland is veroordeeld wegens stroperij, waarvoor hij een strafbeschikking van € 1.000,- heeft betaald.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken