ABRvS 21 juni 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2410
Bij besluit van 16 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Doetinchem het adres van [appellant] in de basisregistratie personen per 11 februari 2020 gewijzigd naar "onbekend". Ook heeft het college [appellant] een boete opgelegd ter hoogte van € 325,-. [appellant] stond van 21 februari 2018 tot 2 december 2019 ingeschreven op het adres [locatie 1] in Doetinchem. Op 2 december 2019 heeft [appellant] zijn adres gewijzigd naar [locatie 2] in Doetinchem, een opvanglocatie van IrisZorg. In januari 2020 ontstond naar aanleiding van aangevraagde voorzieningen in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning het vermoeden dat [appellant] niet in de gemeente Doetinchem zijn hoofdverblijf had, maar bij zijn vriendin, wonend op het adres [locatie 3] in Loo, gemeente Duiven. Naar aanleiding van dit vermoeden heeft een sociaal rechercheur waarnemingen verricht nabij dit adres. Op basis van zijn onderzoeksbevindingen heeft het college geconcludeerd dat [appellant] zijn hoofdverblijf had buiten de gemeente Doetinchem en besloten ambtshalve zijn adres in de brp te wijzigen naar ‘onbekend’.
De uitspraak op rechtspraak.nl