ABRvS 13 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:59
Bij besluit van 13 december 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente [overledene] met ingang van 22 augustus 2018 ambtshalve uitgeschreven als ingezetene uit de basisregistratie personen. [overledene] stond in de brp ingeschreven met het adres [locatie] in Markelo. Op 28 mei 2018 heeft het college de op dit adres aanwezige recreatiewoning en bijgebouwen laten verwijderen. [overledene] heeft bij het college geen aangifte gedaan van een nieuw adres. Het college heeft ambtshalve in de brp geregistreerd dat het adres van [overledene] onbekend is. Dit houdt in dat hij niet langer als ingezetene in de brp is geregistreerd. Later is [overledene] ingeschreven in de brp met een adres in Almere. Op de zitting van de Afdeling is meegedeeld dat [overledene] in september 2020 is overleden. [appellante], de echtgenote van [overledene], heeft laten weten dat zij als erfgename de procedure wil voortzetten.
De uitspraak op rechtspraak.nl