ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3241

Bij vier afzonderlijke besluiten van 23 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam [appellante] en haar drie kinderen ambtshalve uitgeschreven uit de Basisregistratie personen en ingeschreven in de Registratie Niet-Ingezetenen. [appellante] en haar drie minderjarige kinderen stonden voorheen in de Brp ingeschreven op het adres [locatie] in Rotterdam. Op 22 november 2019 heeft woningcorporatie Stichting Woonbron aan het Centraal Meldpunt Persoonsgegevens gemeld dat [appellante] de zelfbewoningsplicht schaadt. De afdeling Burgerzaken is vervolgens op 2 december 2019 een adresonderzoek gestart. Na onderzoek was het college geen feitelijke verblijfplaats van [appellante] en haar kinderen bekend. Ook het adres [locatie] kon niet als zodanig gelden. [appellante] heeft volgens het college ook geen aangifte van adreswijziging doorgegeven. Bij afzonderlijke besluiten van 23 maart 2020 heeft het college [appellante] daarom per 2 december 2019 en haar kinderen per 10 januari 2020 ambtshalve uitgeschreven uit de Brp. Bij besluit van 20 juli 2020 heeft het college het bezwaar van [appellante] tegen de besluiten van 23 maart 2020 ongegrond verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken