ABRvS 23 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2270
Bij besluit van 8 november 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam [appellante] uitgeschreven uit de Basisregistratie Personen (hierna: de brp) per 3 september 2018. [appellante] stond ingeschreven op het adres [locatie] in Rotterdam. Bij besluit van 8 november 2018 heeft het college haar op grond van artikel 2.22 van de Wet brp per 3 september 2018 uitgeschreven uit de brp. Daaraan heeft het college ten grondslag gelegd dat zij geen aangifte van adreswijziging heeft doorgegeven en er na onderzoek geen feitelijke verblijfplaats van haar bekend is. Het college heeft het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Omdat in bezwaar vast is komen te staan dat [appellante] gedurende elf maanden op Curaçao verbleef, heeft het college de rechtsgrondslag van de uitschrijving gewijzigd en haar op grond van artikel 2.21, tweede lid, van de Wet brp uitgeschreven wegens verblijf in het buitenland.
De uitspraak op rechtspraak.nl