ABRvS 1 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2698
Bij besluit van 10 januari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag [persoon] ingeschreven in de Basisregistratie personen (hierna: brp) op het adres [locatie] te Den Haag. [persoon] heeft op 21 december 2018 bij het loket van de gemeente Den Haag aangegeven dat hij wilde worden ingeschreven op het adres [locatie] te Den Haag (hierna: het adres), omdat hij daar al vanaf 15 juni 2018 zou verblijven na in Spanje te hebben gewoond. [appellant], die de woning op dat adres huurde en bewoonde, zou voor die inschrijving geen toestemming hebben gegeven. Blijkens een bezoekverslag van 8 januari 2019 hebben medewerkers van de Unit Beheer en Verstrekkingen op die dag een adresonderzoek uitgevoerd op het adres. [appellant] opende de deur en riep, omdat hij alleen Spaans spreekt, [persoon]. Deze verklaarde dat hij sinds juni 2018 op het adres woonde.
De uitspraak op rechtspraak.nl