ABRvS 19 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1117
Bij besluit van 22 november 2021 heeft de algemeen directeur (lees: de directie) van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen aan [appellante] een onderzoek naar haar alcoholgebruik opgelegd en hangende de uitkomst van dat onderzoek de geldigheid van haar rijbewijs geschorst. De politie, Eenheid Limburg, heeft het CBR op grond van artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 medegedeeld dat het vermoeden bestaat dat [appellante] niet langer beschikt over de geschiktheid om een motorrijtuig te besturen, omdat zij op 7 november 2021 onder invloed van meer dan de toegestane hoeveelheid alcohol een bromfiets (scooter) heeft bestuurd. Het gaat in deze zaak in de eerste plaats om de vraag of het CBR er terecht van is uitgegaan dat [appellante] onder invloed van alcohol een scooter heeft bestuurd. Volgens [appellante] heeft zij niet op de scooter gereden, maar heeft zij met de scooter aan de hand op het fietspad gelopen.
De uitspraak op rechtspraak.nl