ABRvS 31 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:361

Bij besluit van 12 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag besloten om het voertuig van [appellant] met kenteken […] weg te slepen en in bewaring te stellen. De kosten van het wegslepen zijn op [appellant] verhaald. Op 12 februari 2021 stond het voertuig van [appellant] met kenteken […] geparkeerd voor de deur van garagebox nummer […] aan de Fruitweg in Den Haag. Het college heeft het voertuig van [appellant] laten wegslepen en in bewaring gesteld, omdat het voertuig de uitrit van de loods belemmerde. De kosten hiervan heeft het college op [appellant] verhaald. De beschikking is op dezelfde dag uitgereikt. Het college heeft in het besluit van 18 juni 2021 het standpunt gehandhaafd dat het voertuig van [appellant] terecht is weggesleept en de kosten hiervan ook terecht op hem zijn verhaald. De rechtbank heeft het tegen het besluit van 18 juni 2021 gerichte beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat de plek waar het voertuig van [appellant] stond geparkeerd is aan te merken als een in- of uitrit. Volgens de rechtbank blijkt uit de bestrating al dat de inrit verschilt van de openbare weg. Ook is er een verlaagde trottoirband.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken